Woordenlijst
Vaktermen uit preventie en noodplanning
Kort uitgelegd, zonder omwegen. Mis je een term? Laat het ons weten.
Welzijnswet
- De wet van 4 augustus 1996 over het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk. Het kader waarop alle preventieregels in België steunen.
Codex over het welzijn op het werk
- De verzameling uitvoeringsbesluiten bij de Welzijnswet. Ze vervangt stap voor stap het oude ARAB.
ARAB
- Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming. Het oude reglement, waarvan de inhoud intussen grotendeels in de codex is opgenomen.
Preventieadviseur
- De deskundige die de werkgever bijstaat bij het voorkomen van risico's op het werk. Er bestaan verschillende niveaus, afhankelijk van de organisatie en haar risico's.
IDPBW
- Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk. De dienst binnen een organisatie die de werkgever helpt bij het preventiebeleid.
Risicoanalyse
- Het systematisch in kaart brengen van gevaren op het werk, het inschatten van het risico en het bepalen van maatregelen.
Globaal preventieplan (GPP)
- Het plan voor vijf jaar waarin de werkgever vastlegt welk preventiebeleid hij voert, op basis van de risicoanalyse.
Jaaractieplan (JAP)
- Het jaarlijkse plan met de concrete acties uit het globaal preventieplan: wat gebeurt er, wie doet het en tegen wanneer.
Psychosociale risico's
- Risico's op het werk die te maken hebben met de organisatie van het werk, de arbeidsomstandigheden en de relaties, zoals stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag.
D5
- Discipline 5 in de Belgische noodplanning: de discipline die instaat voor de informatie aan de bevolking en de communicatie tijdens een noodsituatie.
BLS
- Basic Life Support: reanimeren met hartmassage en beademing, en een AED gebruiken.
AED
- Automatische Externe Defibrillator: een toestel dat bij een hartstilstand een elektrische schok kan geven en de hulpverlener stap voor stap begeleidt.
Hulp nodig bij een dossier? Bekijk ondersteuning voor preventieadviseurs of neem contact op.
